Luisterversie
Toelichting
Deze psalm heeft een aantal jaren op de nominatie gestaan om geplaatst te worden, maar iets weerhield me ervan; alsof ik niet helemaal tevreden ermee was zonder de vinger er achter te kunnen krijgen waarom precies. Het is een psalm uit de beginperiode, aanvankelijk compact en soms ook met weglating van details. Zoals “dag’ en “nacht”. Hoewel zon en maan suggereren dat er sprake is van dag en nacht… Misschien is het dát wat me steekt: álles hoort erin te staan…
Het is me ook niet gelukt de “rechterhaane” (rechterhand) erin te krijgen. Het is een schrale troost dat ook Totius (Du Toit) hier berijmt “… Die Heer is (…) jou skadu en Ontfermer… De rechterhand was erg moeilijk inpasbaar. En wat rijmt er op Haane? Taane en skaande. Het lukte me ook niet de rechterhaane ergens midden in een regel, of vooraan, te plaatsen. Tenzij je geforceerd wilt berijmen, of het ritme tegendraads wilt doorkruisen. Soms moet je gewoon accepteren dat het nu niet wil lukken, dat je aan alle kanten tegen grenzen aan loopt.
Aanvankelijk had ik 3 coupletten, maar na veel “geknooj” heb ik van het middelste couplet er toch maar twee gemaakt, met enige “dichterlijke uitbreidingen”.
Couplet 1: de bergen…
Het eerste vers wordt door de (H)SV als volgt weergegeven: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen vanwaar mijn hulp komen zal”. Bij verschillende andere vertalingen lees je: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen?” In de berijming koos ik voor de tweede optie. Ook hier geldt dat de verschillen in vertaling elkaar niet bijten.
.