De lofzaank van Maria

1.
Ik roope: God is groot,
Hee redt miej oet de nood.
Met heel minn hattetaale
zing ik et oet, zoo bliej.
De Heare zaalegt miej,
keek oet de heemel daale.
2.
Hee kùm in minne staand,
de meenste van et laand,
umm miej, een meakn, te kiezen.
Hee hef an miej edach;
non zal et noageslacht’
vedan miej zaaleg priezen.
3.
De Heare Den miej zut
en groote dinge dut,
Zinn Naam is machteg, haejleg.
Hee dreg oons, keend tot keend.
Alln dee Um vreezen zeent
kort an Zin hatte vaejleg.
4.
Zinn oarme zeent zoo stoark.
Hee deer een machteg woark.
De leu dee Um verachen
en zik gedreangt as god
hef Hee deep’ daal’ estot,
vot ‘doan oet Zinn gedachen.
5.
Mer kiek, de oarme leu,
aajt hongereg en meu
kriengt hulp van Huegerhaane.
De rieke leu goat voort,
vear vot en zoonder brood,
ten oonder in ùer skaande.
6.
God hef oons hàel ebrach,
an Israël edach.
Hee hef in groot oontfoarmen
tot Abraham esprùkn,
oons noar Zik too etrùkn,
vuur eeweg in Zinn oarme.

Luisterversie

Toelichting

Het vergaat mij met dit gezang zoals het soms met een schilderij vergaat; je bent dagen, weken, soms maanden ermee bezig en het wil voor je gevoel niet helemaal lukken. Zelfs na een jaar breng je nog veranderingen aan, maar toch… Op een gegeven moment besluit je om het schilderij als “af” te beschouwen en hang je het op in een wat onopvallend, schemerig hoekje…

Dit wat ongemakkelijke gevoel kan ook te maken hebben met het feit dat de gevoelswaarde van een psalm of gezang in het Rijssens nogal verschilt met die van de Nederlandse berijming. Je bent zo gepokt en gemazeld in de Nederlandstalige versie, dat het Rijssense gevoel bij dezelfde tekst blijft wrijven en schuren met hoe het “zou moeten klinken”. Er is dan een andere lezer nodig die een psalm of een gezang onbevangen kan benaderen. Want zelf kun je dat allang niet meer…

“Brood” (couplet 5) betekent in het Rijssens o.a. roggebrood; het goedkope brood (dat door de armen gegeten wordt). De rijken eten namelijk “stoete”. De gedachte is dat de voormalig rijken zelfs niet meer beschikken over het goedkope (rogge)brood van de armen. Hoewel het de vraag is of dit exegetisch klopt, laat het wel zien dat in het dialect betekenissen verleend kunnen worden waar dat in het Nederlands niet mogelijk is. Het betreft uiteraard wel een wat vrije interpretatie van de tekst, maar omdat de tekst spreekt van “hongerigen” lijkt me deze interpretatie wel geoorloofd.