Luisterversie
Toelichting
Voor de verandering citeer ik Willem Barnard (Uit: “Tegen David aanpraten; Gepeins bij de psalmen”). Hij schrijft: ”Het aardige van psalm 18 is: er is geen touw aan vast te knopen. Dat schrijf ik ondoordacht en onbedachtzaam neer, maar ik laat het staan. Met dit gedicht wet ik geen raad, wie wel? De verstrengeling van kosmisch oproer en politieke zaken! Omdat de ene rivaal met de ander overhoop ligt, zeg ene David met ene Saul, wordt alles overhoop gehaald, hemel en aarde, donder en bliksem, de krachten van boven en de krochten van de onderwereld. God lijkt wel een vulkaan die uitbarst, een vloeibare gloed, verduisterende rook. De hele schepping wordt ongedaan gemaakt en weer, maar anders, in elkaar gepast. Het enige wat ik er van begrijp en vasthoudt is: alles, maar dan ook alles, raakt in het ongerede door toedoen van menselijk onrecht. (…) Je kunt psalm 18 lezende (ook) zeggen: deze God is woedend, of wit-heet verdrietig, vanwege dat menselijke onrecht. Dát is de kink in Zijn kabel, dat is de spaak in Zijn wiel.(…) want ik geef grif toe: het is een manier van denken en beseffen die mij net zo vreemd is als het gros van mijn medeburgers. En met degenen die dit lied probleemloos meezingen weet ik geen raad. Maar toch, ik bespeur een verwantschap (…). Wat hier staat, dit stuk lava van een psalm, valt niet uit de toon van het Schrifttotaal. Wie meent dat deze stem ongepast is in de polyfonie* van de bijbel tikt te snel af. Ook deze vervaarlijke baspartij past in de partituur, ook woede moet aan het woord komen, al moeten wij ervoor terugdeinzen. Wie zal de euvele moed hebben, zich met deze stem te vereenzelvigen?(…)
Tot zover Barnard, op zijn eigen, rake, “Barnardiaanse” manier van spreken.
*Polyfonie: muziekstijl waarbij meerdere melodieën tegelijkertijd klinken, zonder dat er één overheersende melodie is.
God als Wreker
In couplet 13 treedt God als Wreker naar voren; meerdere psalmen benoemen de wraak van God. Ik wil in dit verband verwijzen naar Nahum 1 : 1-8. Een aantal verzen uit dit gedeelte doet ook sterk denken aan wat in couplet 3, 4 en 5 is verwoord.
Reesik (couplet 9)
Een hinde. Ik koos hier voor een reegeit. In een verklaring las ik dat met de hinde in psalm 18 ook een reegeit bedoeld kan worden. Ik kwam er naderhand achter dat ook Morsink in zijn Twents psalmbook kiest voor een ree. Ik had het woord hinde kunnen laten staan, maar dat is niet wat het dialect ervan maakt. Het is òf een “reesik” (reegeit) òf een “hàrtekoo” (“hertekoe”). Het woord reesik past beter in de regel, bovendien vind ik dit woord wat “lieflijker” dan de term “hàrtekoo”. Daarnaast is een reegeit ranker, kleiner, kwetsbaarder en ook dat sprak me aan gezien de context. Vervolgens ontdekte ik dat er in deze psalm ook een reegeit bedoeld kan worden, zoals ik hierboven al opmerkte.
Teunteln = wankelen, (wiebelen)
Op stob en stea = onmiddellijk
Skoojn vuur de skien = bedelen voor de schijn (geveinsd bedelen)
Noar dealtn = naar beneden
Veskeut (van: veskeetn) = verbleken, (doods)bleek worden (van schrik bijvoorbeeld). In deze psalm gebruik ik het als een overdrachtelijke vorm van spreken. Het werkwoord verschieten (veskeetn) heeft iets in zich van: plotseling van de ene situatie in de andere geraken. De gronden der bergen bewogen zich; ze schokten/sidderden/daverden/trilden/beefden, zo lees ik in diverse vertalingen. Het woord “veskeetn” heeft in het dialect meerdere betekenissen. Van iemand die erg mager is geworden (na een ziekte) zegt men: “Hee s slim veskùtn”.