Luisterversie
Toelichting
Psalm 73 is éen van de allereerste psalmen die ik berijmde. In die tijd (en dat gold van de eerste drie jaar dat ik psalmen berijmde) had ik geen idee of ik op de goede weg was.
Zee hebt dee vette oongn in t heuwd / van leu dee t in zikzelf geleuwt… (couplet 3)
Vaak speelt de vraag; kun je het zó wel zeggen?! Tot ik me psalm 73 vers 4 herinnerde in de berijming van Datheen:
Haar ogen pruisten zeer hoog op
Uit haren vetten dikken kop…
Revius volgt hierin Datheen! Onze vaderen hadden duidelijk minder scrupules wat betref taalgebruik. Ook Calvijn kan in zijn Institutie flink te keer gaan! En vlak Luther niet uit…
Ik beweer niet hen na te willen volgen in dit zeer heldere taalgebruik, maar ik hoef ook niet alles glad te strijken tot gewenst taalgebruik. Het Rijssens heeft ook eigen, kenmerkende uitdrukkingen die een plaats mogen vinden in de psalmen. En de psalmen zélf kenmerken zich vaak door heftig taalgebruik. Tegelijk is het een zoeken naar bijbels verantwoord taalgebruik. De Rijssense alledaagsheid qua taalgebruik is niet altijd geschikt als psalmentaal. Dat is steeds weer een afweging en deels ook een zaak van het gevoel. Wat voor mij niet (meer) kan, kan voor een ander (nog) wel – en omgekeerd.
…lut zik bekuekeln duur dee leu… (Couplet 4)
“Kuekeln” is een typisch Twents woord met meerdere betekenissen. In de context van deze psalm betekent het woord bekuekeln: laten betoveren, voor de gek laten houden. Zo kent het Twents het woord “oognbekuekelderieje” dat de betekenis heeft van “gezichtsbedrog”. Deze psalmregel is een wat vrije bewerking van vers 8 uit de onberijmde psalm: “Zij spotten en spreken boosaardig van onderdrukking, zij spreken uit de hoogte…”; in combinatie met het 5e vers: “Zij verkeren niet in moeiten, zoals andere stervelingen en worden niet gekweld met andere mensen”.