Luisterversie
Toelichting
Zoals bij iedere taal spreek je woorden en zinnen in het Rijssens vaak anders uit dan wat er exact staat. De regel “noar Hoes opan” (couplet 3) klinkt in het Rijssens dialect ongeveer als: ”…noahoeszobbà…”. Deze samenvloeiing van woorden, in combinatie met de zachte “p” die meer klinkt als een “b”, zorgt er voor dat deze zin zingbaarder wordt.
De regel “Zonn vuegelken was ik zoo gearne” (cuplet 2) is niet te vinden in de onberijmde psalm, maar kwam als vanzelf bij mij aan de deur kloppen. Een enkele keer, bij uitzondering, geef ik eraan toe iets van mijzelf te laten zien in de berijming, wanneer het passend is binnen de context en eigenlijk als vanzelf daaruit voortkomt.
“vuegelken” spreek je uit als “vuegelke” de uitgangs-n is de spellingregel, maar je hoort hem niet bij het uitspreken.
Er zijn meer (werk)woorden waarbij letters wegvallen. In couplet 2 schrijf je de rijmwoorden “deent”en “veent” (dient/vindt) beide met een “n”, maar je zegt “deent”en “veet”. De “n” in vindt verdwijnt naar de achtergrond. Hetzelfde gebeurt in het woord “oons” (ons). Je zegt: “oos”. Ook in couplet 1 gebeurt iets dergelijks: “k Wil gearne in Oew vuurhof wean” spreek je uit als: “k wì gearne…” De “ l “ in “wil” verdwijnt.
Kenmerkend voor het Twents is het comprimeren (samenvoegen, compact maken) van woorden en inslikken van letters. Neem deze zin als voorbeeld: Dat wil ik wel doen (“Dàt wil ik wal doon”) wordt uitgesproken als: “Dà wi-k wa doo” (Dàwikwadoo).
We weten ook dat zingen anders is dan spreken. Zingen is spreken op verhoogde toon, las ik ergens. Een goede dirigent besteed aandacht aan de uitspraak van woorden en klanken. Al zingend moeten woorden en klanken, voor je gevoel, overdreven gearticuleerd worden. Het zou als “gek” ervaren worden als je spreekt zoals je zingt. Dit bedenkend zou het misschien acceptabel zijn om bij woorden als “veent” tóch een bescheiden “n” te laten horen, net als in het woord “oons” ( bovendien rijmt “veent” dan ook vol op deent). Ik vermoed dat niemand er wat van zal zeggen. Mogelijk valt het niet eens op. Het zou zo maar kunnen dat luisteraars denken dat het zo wel zal horen. Er is amper een Rijssense zangtraditie (wat betreft zingen in het dialect) en al helemaal niet op het gebied van psalmen. Dat woorden zingend wat anders klinken dan wanneer je ze uitspreekt zal beslist niet tot een volksopstand leiden. Hier ligt nog wel een onontgonnen onderzoeksgebied, lijkt me…
In couplet 3 maak ik gebruik van enige dichterlijke vrijheid in de regels: “ Goat zee duur deepten, neet te telln; God maakt ùer troann tot waterwelln” (Gaan zij door diepten, niet te tellen, (dan) maakt God hun tranen tot waterbronnen”.
Couplet 4:
“zul” betekent drempel
“op n trad goan” betekent op weg gaan.
Couplet 5
“nueg” betekent nodig (ook wel uitgesproken als “nuereg”)