Luisterversie
Toelichting
Vers 13 (onberijmd): “… mijn gebed kwam telkens terug in mijn binnenste…”(HSV)
Dit is een wat lastig te vertalen tekst. Zie ook:
“…en mijn gebed keerde weder in mijn boezem… (SV)
“…was mijn innig gebed niet voor hen?…” (Gerhardt en van der Zeijde)
“mijn gebed ging in mijn boezem te keer/mijn gebed ging in mijn boezem om en om (5e druk 2005)… (Naardens Bijbel)
…en bleef mijn gebed onverhoord… (NBV)
In mijn berijming heb ik me vooral laten leiden door de tekst van de Naardense Bijbel (editie 2005). Vertaald: Ik bad voor hen, aldoor, aldoor… Ik heb ook bewust gekozen voor deze “vertaling” naar het Rijssens om even los te komen van de “geijkte” – voor de hand liggende – patronen waar je toch zo vaak niet aan kunt ontkomen. In iedere psalm probeer ik wel een keer af te wijken van het gangbare, misschien uit angst voor stoplapperij(?), maar ook om fris te blijven, alternatieven aan te boren binnen de beperkingen van het dialect.
Gezien de context lees ik deze tekst zodanig dat de dichter aldoor (vasthoudend) gebeden opzendt voor zijn “vrienden”, maar dat deze gebeden terugkeren in zijn boezem (SV/HSV) omdat ze niet verhoord worden (NBV).
Couplet 5 “Zee pakt miej an…”
“Anpakn” heeft meerdere betekenissen, waaronder “aanranden” (naar het leven staan). “Van het leven beroven…” (HSV) lees ik en dan is een term als “anpakn” op zijn plaats. In het woordenboek lees ik ook: “anraandn”. Dit voelt als een vertwentsing. “Anpakn” klinkt veel meer Riessens. Ook het dialexicon Twents (computerprogramma) geeft voor “aanranden” alleen “anpakn”.
Couplet 6 “veknùttern”
Ik vermoed een vrij onbekende Twentse/Rijssense uitdrukking, die ergens in mijn taalgeheugen toch is blijven hangen. Afgeleid van “verkneuteren”, inwendig plezier hebben om… In deze context heeft het de betekenis van “leedvermaak hebben om”, zoals het ook als betekenis kan hebben.
Couplet 7 “met wùere skùerper as een knief” (met woorden scherper als een mes).
Knief is een oud Twents/Rijssens woord voor mes (vergelijk met het Engelse “knife”).
Ik gebruik in deze psalm nogal wat oude Rijssense woorden zoals knief, knaejstern, veknùttern, anpakn, gesaanter. Het blijft een strijd: de hang naar het Rijssens zoals ik dat heb leren spreken, maar ook zoals de oudere generatie vóor mij het sprak – én tegelijkertijd de psalmen helder en duidelijk weer te geven, leesbaar en begrijpelijk voor de huidige (jongere) generatie. Overigens ben ik van mening dat er best wat moeite gedaan mag worden om te kunnen lezen wat er staat. Daar is het Rijssens dialect waardevol genoeg voor.